Metal Storm logo
Heidevolk - Velua lyrics



Tracks



01. Winter Woede

Ik sterf van de honger
Na de oorlog liep ik doelloos rond
Bevroren lijken
Ooit gezworen te vechten voor dit land

Trouw gezworen, vecht in winter woede
Eer verloren, roof in winter woede

Ik stroop de bossen af bij nacht
Verschuil mijn buit voordat de wolven mij grijpen
Mijn eer verloren
Om de dood te ontwijken

Ik houd mij schuil
Wachtend op het slachtoffer dat komt
Bevroren handen
Toch in staat te vechten op leven en dood

Trouw gezworen, vecht in winter woede
Eer verloren, roof in winter woede

Ik roof in bos en stad bij nacht
Verschuil mijn buit voordat de soldaten mij grijpen
Eens trouw aan 't volk
Nu besteel ik de rijken

Eens trouw aan het volk vechtend voor eenzelfde macht
Nu meesters van het woud, de schaduwen der nacht
Gedwongen to roven onder een bleke maan
Drang te overleven en de winter woede to doorstaan

Trouw gezworen, vecht in winter woede
Eer verloren, roof in winter woede

02. Herboren In Vlammen

Herboren in vlammen voor de duizendste nacht
Gestraft voor het kwaad dat ik bracht
Herboren in blammen, herboren in haat
Het vuur mijn gesel en gewaad

Rennend over het heideveld
Gekleed in een vlammengewaad
Voor eeuwig veroordeeld
Te lijden onder mijn daad

De nacht is mijn gevang
Verterende vlammen mijn straf
Voor eeuwig deze kwelling
Geen rust in mijn graf

Herboren in vlammen voor de duizendste nacht
Gestraft vor het kwaad dat ik bracht
Herboren in vlammen, herboren in haat
Het vuur mijn gesel en gewaad

Dwalend door de nacht, mijn vrienden verraden
Gelach en getier onder mijn hiel vertrapt
Schreeuwen van pijn, door niemand gehoord
Hun roep voor eeuwig in vlammen gesmoord

Laat hen lijden in de nacht, brandend voor mijn verdriet
Laat hen de haat voelen, want mijn pijn zagen ze niet

Ziet hem, rennend over de heide
Vlammend in schaamte voor het ontij dat hij verspreidde
Laat hem lijden en vervloek de dag
Dat hij de wereld dit onheil bracht

Herboren in vlammen voor de duizendste nacht
Gestraft vor het kwaad dat ik bracht
Herboren in vlammen, herboren in haat
Het vuur mijn gesel en gewaad

03. Urth

Diep in het Veluwse woud weeft zij mijn leven
Draden gesponnen, mijn lot bepaald en door haar handen geweven
Geen mens, geen god ontkomt aan de draden van het weef getouw
Haar beschikking bindt ons allen, in wat is en wat komen zal

Zij kent mijn pad en beschikt over mijn levensdoel
Mijn keuzes, mijn daden, mijn levensaden en mijn lot in het strijdgewoel
zij verweeft de draden met personen die mij omgeven
En kruist de paden met hen gelijk in 't streven

Urth, weef de draden
Urth, baan de paden
Urth, bepaal mijn lot

Daar mij haar bron aan de wotels van de levensboom
bij haar zuil en de oorsprong van het al
waar Mimir aan Wodan de toelkomst toonde
Bid ik de Norn om het leven, behoed mij voor de val

Spin nu de draden, schik mijn lot
Schenk mij de daden en het levenslot
Weef mijn toekomst met vaste hand
En knip met de draden aan mij verwant

Urth, weef de draden
Urth, baan de paden
Urth, bepaal mijn lot

Want, Urth weeft mijn leven
Urth kent mijn streven
Urth bepaalt het lot

04. De Hallen Van Mijn Vaderen

Hoort de roep van de morgenstond
Als de zon zich verheft over Veluwse grond
Nevelen verdwijnen, mens en dier ontwaken
Als haar stralen de heuvels raken

Land van mijn vaderen aan mij ooit vertrouwd
Van heuvels en dalen tot diep in het woud
Bron van hymnen, verhalen en heldendicht
Van goden, van wezens en dwalend licht

In de hallen van mijn vaderen vind ik de rust
Onder bomenzuil en het bladerdak mijn geluk
Ik leg mijn ziel in het glooiende land
In de hallen van mijn vaderen vind ik de rust

Op vlakten van zand en purpuren heide
Waar raaf en havik hun vleugels spreidden
In bomenhallen badend in de middagzon
Waar het hert, waar het zwijn zijn toevlucht vond

In de hallen van mijn vaderen vind ik de rust
Onder bomenzuil en het bladerdak mijn geluk
Ik leg mijn ziel in het Veluwse land
In de hallen van mijn vaderen vind ik de rust

Ik bewandel de wegen in de avondzon
Tussen heide, bos en weidegrond
Over het veld naar het pad naar mijn heim
In de hallen van het Veluws domein

Ik leg mijn ziel in het Veluwse land
In de hallen van mijn vaderen vind ik de rust

05. De Vervloekte Jacht

Gedreven door verlangen
Naar de jacht en haar spel
Geen oog voor vermaande arbeid
Luisterde niet naar vaders kwel
De smeekbeden van zijn moeder
Weerhielden hem niet van zijn plan
Om die nacht te gaan jagen
Zijn vaders ziekbed daar wist hij van

Snellend over het veld
Als de hartslag versnelt
Al het wild slaat op de vlucht
Want zijn pijlen zijn berucht

Vervloekt door zijn vader op het sterfbed
Alleen nog maar oog had voor de jacht
Voor eeuwig zal je nu nog jagen
waren de laatste woorden die hij horen zou

Toch pakte hij zijn pijlen
om te stropen in de nacht
Zo vertrok hij met zijn wapens
En zijn honden als enige wacht

Toch zou hij die nacht gaan jagen
zijn vaders dood in 't verschiet
Toen de beste man begraven was
Verzonk zijn huis in het niets

Sindsdien doolt deze jager
Een zoektocht naar zijn ouderlijk huis
De roep om erbarmen
Vindt geen weerklank naar verluid

06. Het Dwalende Licht

In het avondlicht dat door de bladeren valt
Haast een man zich door het oude woud
Volgt het pad naar zijn eigen haard
Voordat de nacht in gaat

De schemer breekt door een schim van vuur
Een helder licht in het avonduur
Verschrikt, verbaasd wijkt de man
Van het pad en van zijn plan

Luister naar de stemmen in de nacht
Hoort de roep in de duisternis
Volg geen schim en wijk niet van het pad
In het uur van het dwaallicht
Het dwalende licht

Ziet hem dwalend in de nacht
Betoverd door het zielenlicht
Verdoold, verloren in een wilde jacht
Blind voor 't gevaar dat voor hem ligt

Het moeras opent zich onder bladergrond
Een angstige schreeuw in de nacht verstomd
Verzwolgen door de aard na een hevige strijd
Verloren, zijn verzet ten spijt

In het ochtendgloren, bij het breken der dag
Als de klokken luiden in het schemerlicht
Herleeft het woud rond het graf
Van de man die voor het dwaallicht zwichte

Nu bij het vallen van de avond
In de schaduw van de bomen
Ontsteekt hij zijn eigen licht
Voor de zielen die tot hem komen

07. Drankgelag

Komt oh vermoeide reiziger
Treed binnen en leg uw lasten af
Schuil voor de storm en de gevaren
Van Vale Oude's duistere nacht

Als weer en wind het land belagen
En het bos wordt verschrikt door de wilde jager
Drink en rust tot het breken der dag
Rond de vuren van het drankgelag

Waar het wild wordt gebraden
En het bier wordt getapt uit het beste vat
Daar vertelt men de verhalen
En zingt men de liederen van oude pracht

Woest waait de wind
De jacht begint
Buiten, in ijzige kou
Het woud kreunt en kraakt
Als het heer ontwaakt
En weer rijden zal

Maar zorgen noch smart
Vult het reizigers hart
In deze oude hal
Waar vuren verwarmen
En liederen weergalmen
Tot de dag weer komen zal

Ontwaak oh reiziger
Hervat uw reis in het ochtenduur
Over velden en paden
Waar de rust is weergekeerd

Woest waait de wind

08. Velua

Het einde van een zee van stammen, de bosrand komt dichterbij.
Door de bomen een gloed van purpuren golven.
Onstuimig wild nemt een moment van rust.
Op lang gestrekte heidegronden.

Van zorg en rust is hier geen sprake.
Noeste arbeid eist zijn tol
Het schrale zand bewerkt
Voor een magere oogst.

De Imbosscher man draagt het woud in hart en nieren.
Zonder klagen
Zwoegend in weer en wind
Keuterboeren daadkrachtig en gehard

De hei in gloed, zomerlucht stijgt op
Stilte overheerst
Harde windstoten verraden
Het naderende onweer

De zwarte lucht nadert, neemt de donder
Met zich mee
Bomen kraken, takken breken
De aanvang van het stormgeraas

De zon verjaagt de donkere wolken
Eiken en berken in hun groen gewaad
De morgenzon verlicht de glanzende bladeren
Geuren van bemoste bosgrond stijgen op.

09. Een Met De Storm

Woeste wolken aan de horizon
Een groene lucht verstikt de zomerzon
De wind trekt aan over het heideland
Een storm ontwaakt aan het hemelspan

De striemende regen ontneemt mij het zicht
Mijn zinnen verdoofd door donder en schicht
Als d'aarde schudt en de hemel brandt
Ligt mijn lot in godenhand.

Een met de storm
Een met mijn levensadem
Verwoest en verbrand, raas over het het land
Een met de storm

Bulderend geweld en razernij
Verschrikken het land met hevig ontij
Als de donder slaat beeft de aard
Onder het weerlichtend hemelgewaad

Als de storm over het land heen raast
Mijn wezen verstomd ne de wereld vervaagd
Voor godenoog trotseerde ik en overwon
Ben ik een met de storm

Waar bokkenkar over wolken rijdt
De dondergod raast in eeuwige strijd
Zijn hamer ontbrandend in krakend geweld
De hemel verlicht en zijn vijanden velt

Een met de storm
Mijn levensadem
Verlicht en vernieuw, raas door mijn ziel
Een met de storm

10. Richting De Wievenbelter

In het zadel van mijn paard zo oud
Volg ik het pad naar de terp in het woud
Door angst bevangen vlakbij het moeras
Tracht ik te vluchten voor het onheil dat mij nu wacht

Voel de blikken van de wezens der nacht
Verleid door de nevel in haar gestalte
Schemering, het spookuur wacht
Een vrouwenstem gebiedt mij terstond te volgen

Herrezen uit de terp in 't woud
Rusteloze zielen bevlogen door woede
Met hun bloed doorlopen ogen, het gekrijs schalt door de nacht
De witte wieven gaan al dansend op jacht

Hun rust verstoord
Ik ben verdwaald, mijn dwaasheid speelt mij nu parten
Ik vervloek deze nacht
Ik vraag mij af
Brengt deze schim mij de dood vannacht...vannacht

11. In Het Diepst Der Nacht

Laat het uur in het diepe woud
Waar de aardman jaagt als de avond valt
De schemerzon door het kreupelhout
Onthult het wezen

En het onheil dat men niet verwacht
Snode daden in het diepst der nacht

Ziel van de nacht, geboren uit de aarde
Heimelijke kracht die in het bos rondwaart
Gesel van de nacht, mens noch dier gespaard

Door het onheil dat men niet verwacht
Snode daden in het diepst der nacht

De maan aan de hemel staat en de aardman zijn schuilplaats verlaat
Vrees 't pad waar dit wezen jaagt waar hij mens en dier belaagt

alverman stelend in de duisternis
Geen mens kent zijn pad of betekenis
Groots zijn plan zijn rol slechts klein
Dwaze streken in nachtelijk geheim, en het

Onheil dat men niet verwacht
Snode daden in het diepst der nacht

12. Vinland

Onwards! We riede the ocean waves
Westwards! Through the storms of fate
For Vinland! Hail to Vinland!

Vinland, hail to Vinland

Our path has been chosen, our fate has been set
Our journey will lead us to the lands in the west
We've prayed to the Gods to be on our path
To guide us and lead us throught the ocean's wrath

Our ship sails out on the morning tide
As we head for the lands on the other side

Onwards! We riede the ocean waves
Westwards! Through the storms of fate
For Vinland! Hail to Vinland!

Vinland! Hail to Vinland!

Heading for the shores of the realm of the free
The land of wine and endless green
Fear nor regret what you will see
Onwards! For the new world beckons thee.

Our ships sail out on the morning tide
As we head for the lands on the other side

Cities will be conquered, villages taken
The gorunds of this new wolrd are shaking
nights of drinking until morning light
Onwards and upwards through the storms we ride.